Oost NL

Zomergesprekken: keuzes maken en samenwerken cruciaal voor industriepolitiek

Afgelopen week vond bij Connectr in Arnhem het derde en laatste Zomergesprek van Oost NL plaats. Het thema van deze bijeenkomst: ‘Nieuwe Industrie Politiek’. In een korte pitch gaven drie vertegenwoordigers vanuit de triple helix hun kijk op het onderwerp. Hierna was het aan de zaal om met panelleden Marcel Hielkema van VNO-NCW, Vinod Subramaniam van de Universiteit Twente en David Pappie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat in gesprek te gaan.

Zomergesprekken - Industriepolitiek (2).jpg

Het industriebeleid staat weer hoog op de politieke agenda. Ingrijpende crises, zoals de coronapandemie en de oorlog in Oekraïne, maken strategische weerbaarheid en onafhankelijkheid een belangrijk thema. Bovendien speelt de industrie een cruciale rol bij de grote transities op het gebied van energie en duurzaamheid.

Geen rustig bezit
De overheid erkent het belang van de industrie in Nederland, maar het is ‘geen rustig bezit’, zoals in de recente Kamerbrief over industriepolitiek staat. Het Ministerie van Economische Zaken stelt een actiever industriebeleid voor met grote overheidsinvesteringen, zoals via de regeling SDE++ en  het Nationaal Groeifonds. “We voeren een actiever industriebeleid, omdat we er niet vanuit kunnen gaan dat bedrijven voor Nederland kiezen. Voor het eerst hebben we hier ook streefwaardes aangehangen. Zo willen we dat de industrie een aandeel van 10 tot 15 procent van de het bbp vertegenwoordigt”, stelt David Pappie (EZK).

Ook hij legt de nadruk op goede samenwerking als cruciale factor voor succes. “In Nederland kunnen we niet overal goed in zijn, dus moeten we keuzes maken. Dat willen we ook, maar dan niet zoals in het Elysée gebeurt van bovenaf, maar in samenspraak met publiek-private partners. Op een bijeenkomst als vandaag ben ik ook vooral benieuwd naar suggesties van wat we concreet kunnen doen om deze samenwerking te versnellen en verbeteren.”

Inspiratie van maatschappij en bedrijfsleven
Vinod Subramaniam (Universiteit Twente) stelt dat Nederland al ‘kampioen samenwerken’ is in vergelijking met het buitenland. Hij ziet voor zijn universiteit nog wel kansen om zich meer te laten inspireren door de maatschappij en het bedrijfsleven om zo betere keuzes te maken of focus aan te brengen. “Natuurlijk moet er voldoende ruimte zijn voor ‘blue skies research’ op een universiteit, maar soms zijn we bezig met oplossingen voor problemen die niemand heeft”, zegt Subramaniam. Vooral bij het opschalen van innovatieve technologieën en oplossingen ziet hij de overheid en private partijen als onmisbare schakels. Als voorbeeld noemt hij de mogelijkheden voor fotonica en de chip-industrie met de Europese Chip Act.

Kracht van Oost
De juiste keuzes maken om nationaal, Europees en internationaal mee te blijven doen, was ook een belangrijke boodschap van Marcel Hielkema (VNO-NCW). Volgens hem dwingen de huidige uitdagingen op onder andere het gebied van energie en ruimtelijke inrichting ons om een antwoord te geven op de vraag wat voor land we willen zijn. Daarbij is het van belang om niet alleen naar de dag van morgen te kijken, maar vooral na te denken over wat er moet gebeuren op de lange termijn. “In Oost-Nederland zijn we erg goed op een aantal zeer belangrijke gebieden. Innovatie en vooruitgang moet gebeuren in bestaande ecosystemen, we hoeven geen nieuwe dingen te bedenken,” stelt Hielkema. Hij roept de overheid op om zeker ook buiten de Randstad te kijken en de ‘kracht van Oost’ beter te benutten. Zijn vraag aan de deelnemers is om hem te helpen bij het vinden van manieren om die boodschap in Den Haag onder de aandacht te brengen.

In de zaal zaten bestuurders uit de (semi)publieke sector, de private sector en ondernemers die na de korte pitches interessante thema’s aan bod lieten komen. Denk aan aandacht voor de fysieke omgeving om innovatie mogelijk te maken, de obstakels die zorgen dat projecten stil komen te liggen en de verhouding tot ‘statelijke actoren’ die zich niet aan de spelregels houden. De discussie laat zien dat ‘nieuwe industrie’ leeft en te maken heeft met tal van omstandigheden. Oost NL bedankt de deelnemers en praat graat verder over hoe het industriebeleid ook in de regio verder vorm te geven en te versterken.