
BLOG | Een duurzaam product is ook digitaal weerbaar
Van 19 t/m 27 maart vindt de Week van de Circulaire Economie plaats. Een goed moment om stil te staan bij de rol van digitalisering in een duurzame economie en de uitdagingen die daarbij komen kijken. Deze week deelt Martijn Kerssen, projectmanager Circulair bij Oost NL, zijn visie op de samenhang tussen circulariteit en digitalisering.

In 2023 schreef ik dat slimme apparaten om een integrale blik op duurzaamheid vragen. Dat was in een tijd waarin circulariteit, cybersecurity en digitalisering vaak nog als afzonderlijke dossiers werden behandeld. Vandaag is dat geen houdbare positie meer: wat toen een oproep was, is nu een strategische noodzaak.
De introductie van de Cyber Resilience Act (CRA) en het Digital Product Passport (DPP) onder de Ecodesign for Sustainable Products Regulation markeert een fundamentele verschuiving. Slimme producten worden niet alleen beoordeeld op functionaliteit of energieverbruik, maar ook op hun digitale weerbaarheid, materiaaltransparantie en levensduurprestaties. Dat verandert het speelveld en dwingt ons opnieuw naar de kernvraag: wat is een “duurzaam” product in een digitale economie?
Het product bestaat niet meer alleen uit materiaal
Vrijwel elk apparaat bevat inmiddels software, connectiviteit en data. Daarmee is het product niet langer alleen een fysiek object, maar een combinatie van hardware, software en informatiestromen. De CRA maakt cybersecurity tot een integraal onderdeel van productveiligheid. Fabrikanten worden verantwoordelijk voor veilige configuraties, kwetsbaarhedenbeheer en updates gedurende de levenscyclus van het product. Cybersecurity is daarmee geen IT-issue meer, maar een ontwerpeis.
Materialen krijgen een digitale identiteit. Het gevolg: een product moet zowel digitaal betrouwbaar als materieel circulair zijn.
Tegelijkertijd vraagt het Digital Product Passport om transparantie over samenstelling, herkomst, milieu-impact, repareerbaarheid en verwerking aan het einde van de levensduur. Materialen krijgen een digitale identiteit. Het gevolg: een product moet zowel digitaal betrouwbaar als materieel circulair zijn. En die twee werelden raken elkaar steeds sterker.
De oude paradox: korter digitaal, langer fysiek
Een aantal jaren geleden benoemde ik een ongemakkelijke paradox. Europese veiligheids- en compliance-eisen dreigden de economische levensduur van slimme producten te verkorten, terwijl circulariteit juist inzet op verlenging. Die spanning is niet verdwenen, maar wel verschoven. De CRA verplicht fabrikanten om gedurende een bepaalde periode security-updates te leveren. Als die ondersteuning stopt, kan een product feitelijk onveilig worden, ook al functioneert het technisch nog prima. Dat raakt direct aan hergebruik en tweedehandsmarkten.
Het Digital Product Passport daarentegen stimuleert juist langdurig gebruik, reparatie en hoogwaardige recycling. De echte uitdaging is dus niet óf we voor veiligheid of circulariteit kiezen. De uitdaging is of we producten zo ontwerpen dat digitale ondersteuning en fysieke levensduur in elkaars verlengde liggen. Dat vraagt om een fundamentele heroverweging van businessmodellen.
Van bezit naar verantwoordelijkheid
De nieuwe Europese kaders verschuiven de verantwoordelijkheid nadrukkelijk richting fabrikant en ketenregisseur. Niet alleen voor wat een product kan, maar ook voor hoelang het veilig blijft functioneren en wat er na gebruik mee gebeurt. Dat betekent:
- nadenken over modulaire architecturen,
- software-onderhoud als integraal onderdeel van productstrategie,
- materiaalkeuzes die hergebruik mogelijk maken,
- datastructuren die ketentransparantie ondersteunen.
Voor veel bedrijven, zeker in het mkb en de maakindustrie, voelt dit als een stapeling van regels. En ja, de compliance-druk neemt toe. Maar er zit ook een strategische dimensie onder. Wie zijn digitale architectuur en materiaalstromen goed organiseert, krijgt grip op waarde. Transparantie wordt een concurrentiefactor. Veiligheid wordt een kwaliteitskenmerk. Circulariteit wordt meetbaar. De bedrijven die dit integraal benaderen, bouwen aan toekomstbestendige producten. De bedrijven die het als losse verplichtingen zien, blijven brandjes blussen.

Circulariteit en cybersecurity zijn geen tegenpolen
Op het eerste gezicht lijken cybersecurity en circulariteit verschillende werelden. De één gaat over kwetsbaarheden en updates, de ander over grondstoffen en hergebruik. In werkelijkheid draaien ze allebei om controle over de keten. We willen weten welke materialen in een product zitten, welke softwarecomponenten erin draaien, waar afhankelijkheden zitten, én hoe we risico’s beheersen. De logica is dezelfde: transparantie, traceerbaarheid en verantwoordelijkheid.
Steeds vaker zien we dat deze werelden ook in de praktijk naar elkaar toe groeien. Binnen Oost NL, namens BOOST Robotics, werken we hier bijvoorbeeld aan via het initiatief DACE – Digitalisering en Automatisering voor een Circulaire Economie. Samen met het ministerie van Economische Zaken en de BOM (namens Klikopmorgen.nl) verkennen we hoe digitalisering kan bijdragen aan circulaire waardeketens in de maakindustrie. Als onderdeel daarvan is het whitepaper "Two worlds can be as one" opgesteld, gebaseerd op gesprekken met 40 organisaties. Dit artikel kijkt breder dan alleen digitale veiligheid en laat zien hoe digitalisering in de volle breedte, van data en automatisering tot ketensamenwerking, kan bijdragen aan circulaire waardecreatie.
Wat betekent dit voor onze innovatiekracht?
De vraag is niet of de Europese regels blijven. Ze vormen de ruggengraat van de Europese ambitie op het gebied van strategische autonomie, duurzaamheid en digitale veiligheid. De echte vraag is hoe we ermee omgaan. Blijven we redeneren vanuit minimale naleving? Of gebruiken we dit moment om producten fundamenteel anders te ontwerpen?
Voor regio’s met een sterke maakindustrie ligt hier een duidelijke kans. Niet alleen in compliance-oplossingen, maar in:
- veilige embedded systemen
- lifecycle-platformen
- paspoorttechnologie
- circulair ontwerp
- datagedreven onderhoud
Wie integrale productontwikkeling serieus neemt, kan hier een voorsprong opbouwen.
De integrale blik is geen keuze meer
Toen ik eerder pleitte voor een integrale blik op slimme apparaten, was dat vooral een oproep tot samenhang in beleid en innovatie. Vandaag is het een randvoorwaarde voor markttoegang. Een duurzaam product in 2026 is veilig ontworpen, digitaal onderhoudbaar, transparant in samenstelling, gemakkelijk te repareren en waardevol aan het einde van zijn levensduur. Dat vraagt om systeemdenken in bedrijven, ketens en ecosystemen. Slimme apparaten vragen nog steeds om een integrale blik. Alleen is die blik nu niet meer visionair, maar noodzakelijk.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief
Wil je op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen bij Oost NL? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief Ontwikkelingen. Je ontvangt 10 keer per jaar een update met nieuws, events en vacatures.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief
Wil je op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen bij Oost NL? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief Ontwikkelingen. Je ontvangt 10 keer per jaar een update met nieuws, events en vacatures.
