Oost NL

Solynta

Het Wageningse bedrijf Solynta zorgt ervoor dat er dankzij de zogenaamde ‘F1 hybride veredelingstechnologie’ sneller, nieuwe, kwalitatief goede aardappelrassen kunnen worden gekweekt die veel minder bestrijdingsmiddelen nodig hebben bij de teelt.

Aardappelrevolutie: klein zaadje in staat tot grootse daden

In een oud schoolgebouw in Wageningen werkt een tiental mensen aan een aardappelrevolutie. Bij Solynta kunnen ze nieuwe aardappelgewassen kweken uit zaad in plaats van uit pootaardappelen. Dat maakt een groot verschil. In ontwikkelingslanden misschien wel tussen leven en dood. Mede met behulp van een investering van Oost NL uit het Innovatie- en Investeringsfonds Gelderland (IIG) wil directeur Hein Kruyt daarom vaart maken met de veredeling van aardappelzaad.

Aardappelen worden al decennia gekweekt uit pootaardappelen. Hoe zijn jullie er bij Solynta op gekomen om aardappelzaad te veredelen?

Solynta-directeur Hein Kruyt: “Samen met mijn drie compagnons zaten we in de directie van De Ruiter Seeds, een van de grootste tomatenzaadbedrijven ter wereld. Omdat we in de tomaten niet veel meer konden groeien, gingen we op zoek naar nieuwe business. Theo Schotte, een van de beste tomatenveredelaars van de wereld, kwam op een dag met het idee aardappelzaadjes te gaan veredelen. Ik ben maar een econoom en wist niet eens dat een aardappelplant zaadjes had, laat staan dat je die kunt veredelen. Ik heb me erin verdiept en ontdekte zo dat aardappel het vierde gewas van de wereld is, maar dat er amper echte vernieuwing in zat omdat de ontwikkeling van pootaardappelen heel lastig en traag is. Omdat de aardappel ook nog eens verre familie van de tomaat is, moest het mogelijk zijn de aardappelplanten te veredelen. De lastigheid bij het veredelen is dat aardappelplanten zichzelf moeten bevruchten (zelfbestuiving). Het is eigenlijk inteelt. Je kunt je voorstellen dat dit niet bevorderlijk is voor de kinderen. Die worden in eerste instantie steeds slechter van kwaliteit en overleven het vaak niet.

Bij De Ruiter zijn vijf research projecten van start gegaan om te kijken of ze een methode konden ontwikkelen waarbij de planten in leven bleven. Vier projecten mislukten. Bij één project hielden we wel geteld één plantje in leven. Dat moet een van de best verzorgde aardappelplanten ter wereld zijn, want daar hebben we dag en nacht op ingepraat en hebben hem vertroeteld om hem in leven te houden. Met succes, want het plantje overleefde het. Dat is achteraf de start van Solynta geweest.”

We hebben een plantje vertroeteld om hem in leven te houden. Dat is start van Solynta geweest.

Hoe lang en lastig was de weg van een plantje naar het bedrijf Solynta?

“De aardappelteelt is om verschillende redenen een rare business. Mijn vrouw zegt wel eens: je werkt je de hele week een slag in de rondte, maar hoeft toch eigenlijk alleen te wachten tot het plantje groeit. Daar heeft ze een punt. Hoe frustrerend ook, je moet vaak gewoon wachten. En dan groeien aardappelen ook nog eens onder de grond, zodat je ze pas aan het einde van de oogst kunt zien.

Het is ook een lastig omdat we in al die jaren nog geen cent hebben verdiend en we ook nog vele jaren moeten wachten voordat we echt geld gaan verdienen. De eerste jaren hebben we zelf gefinancierd. Dat zorgt thuis natuurlijk ook voor gefronste wenkbrauwen. Ik ben getrouwd en heb drie dochters. Die vragen zich ook wel eens af waarom het geld naar die aardappelen gaat in plaats van naar de Zara of de H&M. Zelf hebben we nooit getwijfeld en zijn we vol vertrouwen geweest. Elk jaar boekten we duidelijk vooruitgang. Van een plantje gingen we naar een kas en naar een veld vol plantjes.”

Als Solynta hebben jullie een hybride techniek ontwikkeld, waarmee je aardappelzaad kunt veredelen. Hoe bijzonder is dat?

“Wij hebben de doorbraak gevonden die deze techniek mogelijk maakt in aardappelen. Heel veel bedrijven en universiteiten in de hele wereld zijn hiernaar op zoek geweest. Het wordt niet voor niets de heilige graal van de aardappelveredeling genoemd. Maar samen met de Wageningen Universiteit is ons dat gelukt. Er komen nog steeds hoogleraren bij ons langs om te kijken wat  wij  voor elkaar hebben gekregen. Ze willen het met eigen ogen zien, omdat ze niet kunnen geloven dat het ons gelukt is.
Je moet goed weten, dat er in de aardappelrassen in de afgelopen honderd jaar niet veel ontwikkeling is geweest. Het bintje bestaat sinds begin 1900 en is na al die jaren nog steeds het grootste ras in Europa. Dat is bijvoorbeeld in de tomatenteelt ondenkbaar. Daar komen jaarlijks nieuwe rassen uit, die nog beter smaken, langer goed blijven of andere voordelen hebben. In de huidige aardappelteelt duurt het ontwikkelen van een nieuw ras met een eigenschap uit een wilde aardappelsoort wel vijftig jaar. Die langzame ontwikkeling zorgt er tegelijkertijd voor dat aardappelen erg gevoelig zijn voor ziektes. Om die ziektes te voorkomen, worden aardappelen tien tot zestien keer bespoten met bestrijdingsmiddelen.

We verwachten dat we met onze veredelingstechniek ervoor kunnen zorgen dat binnen enkele jaren aardappelen nauwelijks bespoten hoeven te worden. Gezien het probleem van alle bestrijdingsmiddelen die land en water vervuilen, vind ik dat een van de mooiste voordelen van onze techniek. We hebben tenslotte maar een aardbol.”

Ze willen het met eigen ogen zien, omdat ze niet kunnen geloven dat het ons gelukt is.

Voor de gezondheid van de mens en het milieu is het veredelen van aardappelzaad van enorme toegevoegde waarde. Wat kun je nog meer met veredelen bereiken?

“In principe kun je aardappelen bijna alle eigenschappen meegeven die je zou willen, zolang die maar ergens in de wereld in een aardappelplant voorkomt. Je kunt de rassen aanpassen aan het klimaat of aan de grondsoort. Zodat je een hogere opbrengst krijgt en betere aardappelen. Maar je kunt ook denken aan andere eigenschappen. Mijn dochters staat het idee wel aan dat we aardappelen ontwikkelen die nagenoeg geen vet opnemen bij het frituren. Zo zou je dus ‘gezonde’ friet kunnen krijgen. Maar ook kunnen we het snijafval beperken bij bijvoorbeeld de frietfabriek voor McDonalds, doordat we langwerpige aardappelrassen ontwikkelen. Of ronde aardappelrassen voor chipsfabrikanten. We richten ons in eerste instantie op deze markten om geld te verdienen. Maar ons hogere doel ligt in het buitenland. We verwachten dat we daar met Solynta echt het verschil kunnen maken.”

Van Solynta wordt zelfs verwacht dat jullie wat kunnen doen tegen de hongersnood in de wereld.

“Het is mijn ideaal een bijdrage te kunnen leveren aan de strijd tegen voedselschaarste. Of we dat gaan redden, weet ik niet. Maar de aardappel heeft wel die potentie. Aardappelen worden gegeten en geproduceerd over de hele wereld. Het probleem is nu dat pootaardappelen volumineus en zeer bederfelijk zijn. Als je een schip met pootaardappelen naar Egypte vervoert en ze blijven een dag op de kade liggen, kun je de hele boel weggooien. Met aardappelzaad heb je dat probleem niet. Je kunt de zaadjes gewoon per post versturen. En met 30 gram zaad kun je net zo veel aardappelen kweken als met 2500 kilo pootaardappelen. Door de soorten ook nog eens aan te passen aan de klimatologische omstandigheden ter plaatse, kun je in potentie bijna overal aardappelen verbouwen. De Bill & Melinda Gates Foundation wees ons op een ander voordeel: aardappelzaad kun je niet opeten. Als je pootaardappelen in de kelder hebt liggen en je kinderen huilen van de honger, is de stap snel gezet om die pootaardappelen op te eten. Met als gevolg dat het probleem nog groter wordt, omdat je dan geen nieuwe aardappelen meer kunt telen.”

Met 30 gram zaad kun je net zo veel aardappelen kweken als met 2500 kilo pootaardappelen.

Voor de verdere ontwikkeling van nieuwe aardappelrassen hebben jullie financiële middelen nodig. Vanuit de markt is veel interesse voor jullie techniek en producten. Waarom hebben jullie voor Oost NL gekozen  dat investeert vanuit het Innovatie- en investeringsfonds Gelderland (IIG)?

“Voordeel van Oost NL is dat ze redelijk is ingebed deze rare omgeving. Ze begrijpen iets meer van wat er hier rondom de Wageningen Universiteit gebeurt. Ze weten dat de horizon jaren weg ligt. Ze willen ook rendement zien op hun investering, maar het gaat ze niet alleen om geld verdienen. Van alle partijen waren zij ook het meest content dat we met Solynta een bijdrage kunnen leveren om een wereldprobleem als voedselschaarste op te lossen.

“Het is voor ons belangrijk dat Oost NL de business snapt, maar tegelijk veel verstand heeft van het groeiproces dat start ups als de onze doormaken. Ze kunnen ons waarschuwen en adviseren. Dat is ook een duidelijke meerwaarde.”

Hoe zie je de toekomst van Solynta de komende jaren?

“Ondanks dat de plantjes zelf groeien, moeten we nog hard werken. We zijn een eind gekomen, maar voor we nieuwe rassen hebben ontwikkeld en het zaad hebben verkocht, zijn we echt nog wel een paar jaar verder. We hebben als voordeel dat we veel medewerking in de markt krijgen. Op alle vlakken. Ook van de boeren. Natuurlijk willen ze bewijzen zien en stappen ze niet zo over van pootaardappelen naar ons aardappelzaad. Maar stuk voor stuk bieden ze ons stukken grond aan om nieuwe soorten uit te proberen. Boeren zijn ondernemers. Zij zien echt wel de voordelen van de nieuwe rassen. Met bijvoorbeeld een kortere groeitijd, beter bestand tegen droogte of met een hogere opbrengst. En wat denk je dat al die bestrijdingsmiddelen kosten die ze over het land moeten spuiten om de ziektes buiten de deur te houden? De verwachtingen zijn ook daar hooggespannen. We werken er hard aan om al die verwachtingen te kunnen inlossen.”

Video impressie